DREAAL REGELT 't ALLEMAAL

Nerveus beende ik de kamer rond.

"Je moet er hoognodig even tussenuit, schat", sprak Leontien. "Je mompelt maar steeds over de Rabilsky en die Kroket en je kijkt er zo verwilderd bij. Pak nou eens een goed boek en ga vijf tellen op je gat zitten. Of moet ik je vastbinden?" En ze ving weer te lezen aan in de 'Aardschok/Metal Hammer'. Wat een weelde, dacht ik bij mezelf, dat sommige mensen ook met andere blaadjes dan de Kroket gelukkig kunnen zijn.

Uit mijn boekenkast viste ik 'Wanmoedige Kloksels', een dichtbundel van F.H.J. van Leeuwen (uit de handel) en ging zitten. Mijn koffie was koud geworden. Ik staarde naar de televisie, waarop die andere Leontien verscheen. Ook vanavond laat zij weer alle letters aan ons zien!... "En in de eerste ronde gaan wij op zoek naar een ding, in totaal veertien letters, en het is Joop die mag gaan draaien..."

Ik stond weer op en ijsbeerde tussen de tv en het aanrecht.

"Ga nou zitten", mopperde Leontien.

Het afgelopen seizoen ging door mijn hoofd. Hoe slecht ik daarin gepresteerd had, terwijl ik toch heel graag wilde... tegen de bovenste vier van het klassement: "Allemaal nullen", kraaide Hans van der Togt, en hij voelde de situatie fijntjes aan. Het zweet brak me uit. De finale in Centrum 111, waarbij ik zo smadelijk van Sander verloor. Na afloop kreeg ik de Prix de Citron uitgereikt. "Uw eerste reactie, meneer De Haan?" -"Nou, de kroon op het werk, hè?" En daarna de complete afgang in Heemstede, waar ik een snelschaaktitel diende te verdedigen, uit 9.... de mensen zullen wel gedacht hebben: hij doet 't erom... De Gazet. Mijn lijfblad! Wat moest ik daar intussen allemaal in lezen? Janknegt slaat toe. Winius heerst en verdeelt. Sluwe partij Kossen. Jos lacht in zijn vuistje. Drayer pakt toch nog een cupje en Hoe Mijn Opoe Wieltjes Kreeg, door Freek. HJE te land en ter zee en Sparie Barie levert een topprestatie. Niet te vergeten: Richards Moppentrommel. Dat soort werk. Wat blijft er over voor de hekkensluiter? Le Cocq Sportif in mineur, ik stond met afgrijzen aan de kant en keek toe...

Verder weet ik alleen nog dat Leontien me vastbond en een reis naar Spanje boekte.

"Zo lieverd", juichte Leontien toen we de OAD-bus instapten. "Wat zul je uitrusten! Ver weg van dat stomme schaken en dat leipe clubblaadje, lekker vrij!"

"Nou!" beaamde ik en nam plaats in het lange vehikel.

De reis verliep voorspoedig. Daar we een slaapbus hadden besproken, stopten we tegen elven ergens in Frankrijk. De twee chauffeurs gingen onze bedjes prepareren en wij konden bij een wegrestaurant de tandjes poetsen. Na deze sanitaire bezigheden wachtten Leontien en ik naast de bus, totdat we weer naar binnen konden. Ik bloeide op. "Wat een fraaie sterrenhemel, hè?", zei ik glimlachend. "Yep. Cool", beaamde Leontien. Ik was gelukkig.

We konden onze slaapplaatsen beklimmen. Onwennig maar tevreden lagen we op de slaap te wachten, terwijl de bus over de Franse snelweg zoefde.

"Leontien?"

"Ja?"

"Zag jij die schim? Op het dak van de bus? Een zogeheten sombere gestalte?

"Nee."

"Ik fantaseer te veel, hè?"

"Jij zegt 't."

"Ach ja. Welterusten hoor."

"Jij ook. Welterusten."

En zo, geheel gerustgesteld, soesde ik weg. Heel vaag meende ik het geluid te horen van een schaar en een Prittstift... knip- en plakgeluiden! Giechelend om mijn eigen waanbeelden sliep ik in.

Fit werd ik wakker. We reden Santander bijna binnen! Met een kwartier zouden we ter plekke zijn. Boven me klonk een ratelend en stampend geluid, als van een stencilmachine.

"Het lijkt wel of er een drukkerij op het dak zit", fluisterde ik Leontien toe.

"Doe je schoenen vast aan. Heb je al je spulletjes?" ontweek Leontien mijn gebazel.

We stopten. Blijmoedig werkte eenieder zich de bedjes en stoeltjes uit, de zon tegemoet! Ik beende naar de uitgang en bleef plots stokstijf staan... het glunderende gezicht van Dré hing ondersteboven voor me en schalde: "Lees de Gazet! Spanning in Donner Trofee! De Haan boekt studiereis Spaans!"

Geheel ontdaan sprong ik de bus uit en zag hoe Dré op het dak lag, met zijn hoofd omlaag de wagen in brullend. Soepel liet hij zich van het voertuig afglijden en verkocht aan vrijwel alle passagiers een exemplaar van zijn verse blad. Die had hij vannacht op het dak van de bus in elkaar gedraaid, realiseerde ik me. Boven op het nieuws, zogezegd. En boven op de bus. Totaal geschift.

Nu veerde hij op en rende weg. Langzaam verdween hij uit het zicht en kwam ik weer tot mezelf.

"Kom op schat, gauw weg hier!"

Dagenlang ging alles goed. We genoten van de zon en het niets doen. Niemand wist waar we waren. Een prettig gevoel. Ik kreeg oog voor de natuur: een bootsmannetje met een luchtbel aan z'n reet in het zwembad van de camping te Potes. Fascinerend. Scarabee-achtige supertorren in Unguerra. Ze konden vliegen ook. Naaktslakken te kust en te keur. Tijdens onze wandelingen in de picos-gebergten zagen we vrijwel uitsluitend inboorlingen: oude vrouwtjes en strompelende mannetjes. "Voor de spijsvertering", vertelde Leontien, "lopen ze elke dag een berg op, en dan gaan ze weer naar beneden om te eten." Ze weet werkelijk álles van Spanje en dat voel je. Regelmatig snorde een baasje op een brommer ons voorbij. Hij had een Willempie-helm op en brede fietstassen achterop. "Qua mode lopen ze achter, dat geef ik toe", peinsde mijn Spanje-kenster.

"Het lijkt Dré wel", lachte ik.

"Jij ziet overal Dré in", zuchtte zij.

En juist op dat moment scheurde het bromfietskereltje weer voorbij, remde abrupt en stond stil. Hij stapte van zijn tweewieler, gespte zijn malle helmpje af, en grijnsde me toe. "Extra editie! Jeroen op weg naar de top!" Dré griste een Gazet uit zijn fietstassen, stopte die in mijn armen en knipoogde: "Gratis nabezorging binnen de EG." En wég snorde hij, de cols over...

We waren inderdaad bijna op de top van deze forse heuvel.

"Hoe krijgt-ie het gedaan", beefde ik.

"Rustig maar. We gaan wel terug naar de tent, en dan zal ik je even goed insmeren. Straks heb je een zonnesteek. Kom."

Een week lang bleef het rustig. We deden en voelden ons heel relaxed. Nog vier daagjes aan de kust ontspannen en dan terug naar huis. De zee lachte ons toe.

"We gaan even het zeewater opzoeken", opperde mijn lieffie en aan mijn hand nam ze me mee. We keilden platte steentjes over het water en bekogelden zeewier dat aan kwam drijven. Dolle pret. Gearmd liepen we weer omhoog, naar een meer rotsachtig strookje kust. Kwaaie golven beukten op het land. In de verte zwalkte een schip door de onrustige baren.

"Kijk, daar ligt een boot op het droge", wees ik.

Tegen de verkoelende wind in liepen we er op af. Het leek wel een ark van Noach. Daar verscheen het eerste beestje al... een stoere figuur betrad het dek, en wapperde met een blaadje. Kapitein Roodbaard? Wat een tattoo's zeg.' Het... was Dré! Hij zwaaide met een Gazet en riep uit volle borst: "Vers van de pers." Dré vindt zeewaardige variant in de Hollandse verdediging!"

Buiten adem bereikte ik de camping, Leontien in mijn kielzog.

"We pakken de tent in en snel naar de OAD-bus! Weg van hier!", hijgde ik, en we vertrokken.

Onderweg knapte ik zienderogen op. Bruin, uitgerust en gezond reden we Nederland weer tegemoet. Rabilsky en de Kroket waren nooit écht aanwezig geweest in mijn vakantie: Dré was een hallucinatie geweest. Een nawerking van de spanningen thuis. Ik vertelde moppen aan medereizigers en babbelde met de chauffeurs van de bus. De eerste stop was bij Parijs. We fristen ons op. En voort ging het weer, over de Franse snelweg. Maar bij Lille gleed de bus opnieuw de weg af, naar een stopplaats. Wat geërgerd ging ik naar voren om bij de bestuurder van dat moment (zijn collega deed een hazenslaapje) te vragen waarom er nu alweer een pauze op stapel stond.

't Is maar voor even", zei de man monter. "Even met het hoofdkantoor bellen, om het heetste nieuws in het redactioneel commentaar te kunnen verwerken. En dan: persen maar weer, mevrouwtje!"

Dré grinnikte tevreden achter zijn stuur en ging parkeren. Ik trok bleek weg, ik had het kunnen weten. En eigenlijk had ik er wel vrede mee. Ja, ik had er opeens gewoon schik in!"

"Ik hou van je, Dré", fluisterde ik in zijn oor.

"Ik ook van jou, Johnny", glimlachte hij voldaan en hij pakte zijn typemachine van onder het dashboard vandaan.

En we waren toch nog op tijd thuis, compleet opgeladen en uitgerust. Charlotte heeft die nacht weer heerlijk tussen ons in geslapen.

Jeroen

Naar volgende artikel