15.07.2010
Middeleeuwse Geschiedenis

Reynaert

Van den Vos Reynaerde




INHOUD

DE SCHRIJVER
HET VERHAAL (GEDICHT) IN HET KORT
NADERE VERKLARING
TIJD
PLAATS
ECONOMIE
SAMENLEVING
GODSDIENST
POLITIEK

De schrijver
Het boek begint met de volgende dichtregels:
"
Willem, die Madocke maecte,
Daer hi dicken omme waecte,
Hem vernoyde so haerde
Dat die avonture van Reynaerde
In dietsche was onvolmaket bleven,
Die Arnout niet hevet vulscreven,
Dat hi die vijte van Reynaerde dede soucken,
Ende hise na den walschen boucken
In dietsche dus hevet begonnen.
"

Kortom: Willem kan de gehele Reinaert hebben geschreven, waarbij de genoemde Arnout de auteur van een ander (onvolledig) Reinaert-verhaal zou kunnen zijn. Echter twee voorbeelden van andere theorieën zijn dat:
" Arnout de auteur is van deel 1 (tot aan de terdoodveroordeling van Reinaert) en Willem de originele voortzetting en de proloog heeft geschreven;
" Willem het verhaal volledig heeft geschreven en aangeeft dat hij het eerste deel heeft gebaseerd op het Franse Li Plaid (het pleidooi). Arnout zou dan een kopiistenverschrijving zijn voor Perrout, de auteur van Li Plaid.

Het verhaal (gedicht) in het kort
De koning besluit dat Reinaert gedagvaard moet worden en geeft Bruun de Beer de opdracht Reinaert op last van de Koning te gebieden naar het Hof te komen en zich te onderwerpen aan de gebruikelijke procedures. Reinaert verzint een list waarbij hij gebruikt maakt van de menselijke eigenschap ´hebberig´ te zijn. Meer dood dan levend bereikt Bruun het hof. De geschokte Koning stuurt vervolgens Tibeert de kater; hem treft eenzelfde lot als Bruun. Ten slotte stuurt de Koning Grimbeert de das. Deze weet, mede door de familieband, Reinaert over te halen zijn berechting te ondergaan.




Een derde weigering zou overigens betekenen dat Reinaert schuld zou bekennen. Het hof acht Reinaert schuldig aan de tegen hem aangevoerde aanklachten en veroordeelt hem tot de dood. Maar Reinaert zou Reinaert niet zijn wanneer hij verwarring weet te stichten en daarmee de zaak naar zijn hand te zetten. Terwijl zijn aartsvijanden, Bruun, Tibeert en Isengrijn de Wolf, met zichtbaar genoegen vertrekken om een galg op te richten, begint Reinaert beschuldigingen te uiten tegen juist deze drie. Met een geniaal verhaal, waarin hij -om de geloofwaardigheid te onderstrepen- zijn vader opvoert als kwade genius, weet hij Bruun, Tibeert en Isengrijn in een kwaad daglicht te stellen. Zij zouden een complot hebben beraamd met als doel het ten val brengen van de Koning. Reinaert brengt terloops ook nog even een schat aan de orde. Deze schat bestaat uit het geld waarmee zijn vader, Tibeert, Bruun en Isengrijn de revolte wilden financieren. Reinaert vertelt dat hij de schat met gevaar voor eigen leven heeft gestolen en daarmee de aanslag op de Koning is voorkomen. Reinaerts vader heeft zich, nadat hij ontdekte dat de schat was gestolen, verhangen. Reinaert stelt nu dat het toch wel merkwaardig is dat gezien deze feiten juist hij wordt veroordeeld terwijl Bruun een adviseur van de Koning is. De Koning én de Koningin nemen Reinaert apart: ze willen weten waar de schat is verstopt. Reinaert is bereid het te vertellen wanneer de Koning hem vrijspreekt. De Koning twijfelt, maar de Koningin haalt hem over: Reinaert wordt vrijgesproken. Wanneer Bruun en Isengrijn dit nieuws vernemen haasten ze zich terug naar het hof, waar ze gevangen worden genomen. Tibeert keert niet terug naar het Hof.

De Koning wil dat Reinaert met hem de schat op gaat halen. Reinaert weet ook hier een draai aan te geven: hij is in de ban en kan daarom niet samen met de Koning worden gezien. Hij wil direct een aanvang maken met de pelgrimtocht die nodig is om de ban op te heffen. De Koning stemt hiermee in. Reinaert ziet nu kans zijn vijanden een hak te zetten en vraagt de Koning of hij een pelgrimtas mag hebben van de huid van Bruun en schoenen van de huid van Isengrijn. Daarnaast verzoekt hij de Koning of Cuwaert de haas en Belijn de ram hem op het eerste stuk van de pelgrimtocht kunnen vergezellen. De Koning stemt in alles toe.

Het drietal vertrekt naar Maupertuus, het kasteel van Reinaert. Daar aangekomen vraagt Reinaert Cuwaert mee naar binnen te gaan voor het afscheid van zijn vrouw en kinderen. Eenmaal binnen doodt Reinaert Cuwaert. Belijn krijgt argwaan en roept van buiten wat er loos is. Reinaert antwoordt dat alles in orde is, maar dat zijn vrouw is flauwgevallen. Hij vraagt Belijn enige brieven naar de Koning te brengen. Reinaert kan dan verder op pad en Cuwaert kan dan nog enige tijd voor Reinaerts vrouw zorgen. Belijn krijgt van Reinaert de pelgrimtas overhandigd, niet wetende dat daarin het hoofd van Cuwaert zit. Reinaert drukt Belijn op het hart niet in de tas te kijken, maar dat hij het hof wel mag vertellen dat Belijn mede verantwoordelijk is voor de inhoud. Belijn vertrekt en Reinaert vlucht met zijn gezin naar "de wildernis"

Bij het hof aangekomen geeft Belijn de tas met de vermeende brief aan de koning. Daarbij benadrukt hij dat hij het is die de brief heeft opgesteld en verantwoordelijk is voor de inhoud. Al snel blijkt dat de inhoud anders is dan gedacht. De koning is ontzet en begrijpt dat hij door Reinaert ernstig is bedrogen. Hij besluit op advies van Firapeel de luipaard de getroffenen een zoenoffer aan te bieden om het aangedane onrecht te vergoeden: in ruil voor het zweren van eeuwige trouw aan de koning en als genoegdoening biedt de koning Izengrijn en Bruun de zeggenschap over Belijn en zijn familie. "In het veld of in het bos, jullie kunnen vrij over hen beschikken en ze naar hartelust doodbijten." Daarnaast zegt hij toe dat de twee nooit meer iets te vrezen zullen hebben van de koning. Bruun en Izengrijn aanvaarden het voorstel.

Nadere verklaring
Door de dierenkarakters worden maatschappelijk fouten aan de orde gebracht. Kritiek en ironie zijn toepasbare termen. Kritiek is er op de feodaliteit (waarin corruptie en schijnheiligheid worden uitvergroot door de auteur), op het kerkelijk gezag en op de burgerij.

Over de personages zou je kunnen zeggen dat Reynaert (de hoofdpersoon in het verhaal) buiten en boven alle standen staat. Hij is sluw, zelfverzekerd en gewetenloos. Hij maakt gebruik van de zwakheden van zijn tegenstanders.
Nobel is de koning der dieren en vertegenwoordigt de adel. Hij is zwak en karakterloos, maar erg hebzuchtig.
Ysengrijn, Bruun en Tybeert staan voor de burgerij. Ze vertegenwoordigen de slachtoffers van Reynaert. Ze haten hem en zijn bang voor hem.
Grimbert (das) is één van de weinige die nog achter Reynaert staat. Hij is dan ook de derde en meest foruinlijke dagvaardiger.
Belijn (ram) is de hofkapelaan en vertegenwoordigt dan ook de geestelijkheid. Hij is naïef en onnozel.
Het zijn allemaal dieren met (voornamelijk slechte) menselijke eigenschappen (antropomorfisme).

Tijd
Men vermoedt dat het Middelnederlandse Reinaert-verhaal stamt uit de 12e eeuw.

Plaats
Vlaanderen. Genoemde plaatsen van handelen: Gent (r. 88), het gebied tussen Portengen en Pollanen (r. 301), Elmare (r. 371), Vermendois (r. 1510), het Zoete Land van Waes, dorp Hijfte, tussen Hijfte en Gent (r. 2261), Oost-Vlaanderen, Bos Hulsterlo (Kriekeput) (r.2576). Verder ook Londen, gebied tussen de Elbe en de Somme, Thuringen en Saksen, Aken, Parijs, Keulen, de Jordaan, Rome en in de inleiding Babylonië.

Economie
Gerefereerd wordt aan laken dat in Gent wordt gemaakt. Daarnaast worden werktuigen genoemd die werden gebruikt bij het verrichten van arbeid: de bezem, de hark, de bonenstaak ("zoals ze van hun werk waren weggelopen", duidelijk landbouwers). De vrouw van de pastoor (toen trouwden geestelijken blijkbaar nog) droeg spinrokken (garenklossen) voor het spinnen van vlas. Lamfroit droeg een bijl als werktuig.
Tot slot wordt de Mark genoemd als munteenheid (of in ieder geval als betaalmiddel).

Samenleving
Vooraf wil ik opmerken dat het onderscheid godsdienst/samenleving/politiek soms arbitrair is.

Het gedicht Van den Vos Reynaerde wekt de indruk dat adel formeel hiërarchische verhoudingen erkenden en de koning zagen als hun leenheer. De term leenheer (zie ook politiek) wordt nadrukkelijk gebruikt. Echter, van het centrale gezag is weinig te merken in de dagelijkse gang en wandel der edelen. Zeker over de onderlinge relaties komt een beeld naar voren waarin honger naar macht en bezit (er is niet veel veranderd) de agenda bepalen. Ook de koning laat zich hierdoor beïnvloeden. Nádat hij op advies van zijn raadslieden Reinaert ter dood heeft veroordeeld komt hij hierop terug. Hij laat zich door Reinaert verleiden met de belofte dat deze hem naar een schat zal leiden. Niet erg krachtdadig.
Direct aangehaalde zaken zijn de hofdag, dat iets weg lijkt te hebben van een gezellig samenzijn van de leenheer en zijn leenmannen, maar dat vooral door de heer georganiseerd wordt ter meerdere eer en glorie van zichzelf.

In de inleiding maakt schrijver Willem direct duidelijk dat er in de middeleeuwen (literatuur)critici bestaan. Hij raadt ze af kritiek te leveren: "Daden si wel, si soudens begheven" (ze zouden er goed aan doen hiermee te stoppen). Hij voegt eraan toe dat dit niet uit eigenbelang is, maar omdat hij het verhaal alleen maar heeft geschreven op verzoek van een dame zeer gehecht aan hoofse omgangsvormen.

Daarnaast komt de rol van de vrouw aan de orde en zoals verwacht in niet in een bijster positieve rol: bij het onderonsje van Reinaert en de koning, waar Reinaert zichzelf vrijpleit en daarbij vooral inspeelt op de hebzucht en de ijdelheid van de koning, speelt de koningin een belangrijke rol. De koning lijkt nog te twijfelen. Ten eerste aan het verhaal dat erachter zit (een complot tegen de koning) en ten tweede lijkt het dat hij zich bewust is van zijn hebzucht en deze afzet tegen zijn geweten. De koningin gelooft Reinaert onvoorwaardelijk (waarbij naïviteit een rol lijkt te spelen), lijkt veel geïnteresseerder in de schat dan de koning en haalt de koning uiteindelijk over Reinaert vrij te spreken (ik moet dan denken aan de ogen van de vrouw en de poorten van de hel).

Tot slot wil ik niet onvermeld laten dat uit een opmerking blijkt dat hoven mensen in dienst hadden om brieven te lezen: kanselier Botsaert las alle brieven voor die bij het hof aankwamen (r. 3364 ev.):
"
Doe hiet hem die coninc gheven
Den Brief Botsaerde sinen clerc
Dat was hi, die ant werc
Bet conste dan yement die daer was.
Botsaert plach emmer dat hi las
Die lettren die te hove quamen.
"

Godsdienst
Met regelmaat wordt gerept over Reinaerts berouw: hij heeft zijn leven gebeterd en is een rechtschapen man geworden, eenvoudig en alleen doordat hij het kluizenaarleven heeft aanvaard. "Ik weet zeker dat hij sinds de plechtige afkondiging van de koningsvrede geleefd heeft als een heremiet, als een kluizenaar. Hij draagt een ruwharig boetekleed op zijn blote huid. Iemand die gisteren bij hem vandaan kwam, vertelde dat hij het afgelopen jaar helemaal geen vlees meer heeft gegeten. Hij heeft zijn burcht Malcrois verlaten en verblijft nu in een kluizenaarshut. Voor zover ik weet heeft hij geen andere middelen van bestaan dan de aalmoezen die men hem geeft. Hij is bleek en mager van ontbering. Hij legt zichzelf honger, dorst en zelfkastijding op als boetedoening voor zijn zonden." (r. 264) Hierin zien wij de definitie van wat men in de middeleeuwen als rechtschapen beschouwde.





Het lijkt ook evident dat iemand die tot het klooster toetrad zijn kruintje moest scheren. En de vrijbuiters (Reinaert) bespotten dit (r. 995 en 2709). In de eerste zinsnede komt tevens aan de orde dat kloosterorden zich door kleding van elkaar onderscheidden.
Tevens lijkt het erop dat het toetreden tot een klooster dikwijls ook een gunst (een benoeming) kon zijn. Zo maakt Reinaert Izengrijn tot monnik (r. 1484), iets waarvoor dankbaarheid wordt verwacht.

Reinaert rept over een Benedictijnenklooster waar hij vaak pluimvee steelt. Daarbij zegt hij: "Ik heb me vaak aan ze (kippen - HW) vergrepen en ze deze vrome nonnen listig afhandig gemaakt."

Over de rol van het christendom kan ik kort zijn: het verhaal van Reinaert is doorspekt met kerkelijke invloeden. Ik noem een paar opmerkelijke zaken:
- de pastoor lijkt met groot gemak volledige aflaat en volledige vergiffenis te schenken wanneer hij iets gedaan wil krijgen (r. 835);
- het moment dat Reinaert geloofsartikelen leert aan iemand zodat deze kapelaan kan worden; m.a.w.: niet kerkelijke (adel?) burgerij leidt iemand op voor een geestelijk ambt (r. 140);
- wanneer de pastoor afwezig is kan men biechten bij een willekeurige persoon (Grimbeert de das, r. 1435) en zelfs straf uitdelen: 40 slagen ter vergelding van alle zonden die Reinaert heeft begaan in zijn leven (r. 1676);
- het niet handelen volgens de kerkelijke regels (maar waarschijnlijk ook het 'slecht zijn') leidt tot een pauselijke ban en excommunicatie (deken Herman doet Rein voor de voltallige synode in de ban). Om dit teniet te doen (of eigenlijk: zorgen dat God weer genade zou tonen bij de Hemelvaart) wordt gesteld dat het noodzakelijk is vergiffenis te vragen in Rome en daarna door te reizen naar het Heilige Land (r. 2719 ev.). Hiervoor moet Reinaert een pelgrimstaf en -tas ontvangen in combinatie met een gebed. De kapelaan weigert de koning: " Heer, dat mag ik niet doen. Reinaert heeft zelf erkend dat hij in de ban is gedaan" (r. 2950). De koning antwoordt: "Wat geeft dat? Meester Jufroet leert ons het volgende. Zelfs als iemand zoveel zonden heeft bedreven als alle mensen samen, dan nog kan hij zichzelf daarvan zuiveren door voortaan alle zonden na te laten, te biechten en als boetedoening naar het Heilige Land te gaan" (r. 2955). De kapelaan eist dat de koning de verantwoording neemt tegenover de bisschop of de deken. De koning geeft hierop geen antwoord, maar bedreigt de kapelaan. Deze kiest eieren voor zijn geld en doet wat hem wordt gevraagd (r. 2961 ev.).

Politiek
Ik maak hier een onderverdeling tussen verwijzingen naar het politiek-bestuurlijke en naar de rechtspraak. Rechtspraak is breed besproken, omdat het immers draait om de berechting van Reinaert.

Rechtspraak:
- leenmannen wijzen een vonnis, welke de koning al dan niet volgt: "…als u dus niet het vonnis volgt dat uw leenmannen zullen wijzen, dan zal men dat uw nageslacht tot in lengte van dagen verwijten." (r. 168.). Dat dan ook wel weer;
- de koning laat zich adviseren door raadslieden (adviseurs), blijkbaar per geval. (r. 466.) Deze adviseren de koning dat hij Reinaert moet gelasten naar het hof te komen voor een rechtszitting; na het mislukken van de eerste poging om Reinaert naar het hof te krijgen roept de koning de hoge edelen bijeen voor nieuw overleg. "De machtigste edelen adviseerden de koning Reinaert voor de tweede keer te dagvaarden om hoor en wederhoor te kunnen toepassen." (r. 1009);
- het vorige herhaalt zich na de tweede mislukte poging en dan wordt gesteld dat "…men moet hem (Reinaert - HW) driemaal dagvaarden volgens het recht dat voor vrije mannen geldt. Als hij dan nog niet komt, dan wordt hij schuldig verklaard aan alles wat hem tegenover de koning door deze heren ten laste wordt gelegd." (r. 1340);
- Reinaert staat eindelijk voor zijn rechtszaak voor het hof. In het zicht van de koning wordt Reinaert door de (aan)klagers gevangen genomen. Alvorens het vonnis bepleiten zij hun zaak. Vervolgens spreken de hoge edelen het vonnis uit. Er wordt niet vermeld of de koning het vonnis formeel overneemt. Ook krijgt Reinaert vóór het vonnis niet echt de ruimte zich te verweren tegen de beschuldigingen. Hij mag wel wat zeggen, maar het woord wordt hem door de koning snel ontnomen. Na het vonnis bereiden de belangrijkste klagers de voltrekking van het vonnis voor (r. 1867 e.v.);
- nadat Reinaert zich heeft weten vrij te pleiten neemt de koning een strohalm en schenkt Reinaert volledige vergiffenis, zowel voor de vijandigheid van Reinaerts vader als voor zijn eigen misdaden (r. 2544). Daarna steekt Reinaert een strohalm voor zich uit en schenkt de koning de schat (r. 2562);
- de koning klimt op een hoge stapel stenen. Hij doet dit alleen als hij een rechtszitting houdt. De andere aanwezigen zaten er in een kring in volgorde van hun afkomst omheen. De koning bepaalt definitief wat hij met Reinaert van plan is (r. 2754);
- gesteld wordt dat een afgedwongen eed niet geldig is (r. 3180);
- en ten slotte: nadat is gebleken dat Reinaert de koning bij de neus heeft genomen wordt de koning er door zijn adviseur (Firapeel) op gewezen dat degenen die onder deze dwaling geleden hebben schadeloos gesteld dienen te worden. Hierop biedt de koning de slachtoffers een zoenoffer aan (r. 3440).

Politiek-Bestuurlijk:

Uit van alles blijkt dat het feodale systeem de bestuursvorm is. Deze bepaalt de hiërarchie en de formele verhoudingen. Zoals hierboven valt te zien wordt ook de rechtspraak zo geregeld. De macht van de koning blijkt uiteindelijk enigszins, doordat hij ruziënde partijen, evt. van aanzien en zelf misschien wel adel, voor zich kan krijgen en recht kan spreken. Maar de wijze waarop het gaat en ook de wijze van handelen van degene die in het verhaal een rol spelen wijst toch wel op een lacune in de rechtsorde. Zoals eerder besproken (zie 'nadere verklaring' op pagina 4) is te vooral te wijten aan corruptie van de handhavers, maar ook aan zwakte (ijdelheid) en incompetentie.

Een losse opmerking wil ik nog aanhalen: de van kracht zijnde koningsvrede. Dit zal ook een juridisch/feodaal trekje hebben (r. 139). De term was me onbekend, Gelukkig werd ik per e-mail benaderd door Jan de Putter die me het volgende schreef (waarvoor dank):
"
Vrede is in de middeleeuwen een -tijdelijk- verbod op het gebruik van geweld. In de Latijnse bewerking van de Reynaert is het woord vrede vertaald met treuga, een woord waarin het Franse woord voor wapenstilstand trêve te herkennen is. Voor ons begrip vrede was het begrip pays in omloop. Een vrede werd in de middeleeuwen geboden door een vorst, schepenen van een stad of andere gezagsdragers om partijen in staat te stellen "pays te maken", zich te verzoenen. Een dergelijke procedure werd soms besloten met een kus op de mond. Over pays en vrede in Van de Vos Reynaerde
heb ik gepubliceerd in Millennium (Tijdschrift voor Middeleeuwse studies 14 (2000) 86-103).
"

Het Reynaertmonument staat in Hulst, de Reynaertstad. Het bestaat uit een in brons gegoten beeld met een hardstenen achtergrond die het hof van koning Nobel toont. Hulst ligt in Zeeuws-Vlaanderen (NL) en ligt tussen Terneuzen en Antwerpen.

Leuk om te vermelden is ook dat ooit in de politieserie Dalziel and Pascoe eerstgenoemde de term Reynard gebruikte voor vos. Het staat ook gewoon in het woordenboek als normaal Engels voor vos.

Doorverwijzigen
Reynaertgenootschap (België)

Wikipedia

En op deze pagina's vindt u nog veel meer doorverwijzingen.


 

<----