04.01.2017
Leeuwen in reliëfs tijdens de Nieuw-Assyrische periode


Inhoudsopgave

1) Algemene inleiding en probleemstelling
2) Over welke afbeeldingen hebben we het?
3) Leeuwen nu en in de oudheid
4) Waarom werd gejaagd en hoe?
5) Politieke aanwending van jacht

6) De betekenis van de reliëfs
6.1 Inleiding
6.2 De leeuw als koning
6.3 De leeuw en zijn religieuze betekenis
6.4 Religie en politiek
6.5 De jacht op leeuwen als sport en tijdverdrijf
6.6 De leeuwenjacht als metafoor voor het voeren van oorlog
6.7 Andere symbolische betekenissen

7) Conclusie 22
8) Literatuur 23

Bijlage: opvallende Assyrische afbeeldingen 25

 

 

 

1. Algemene inleiding en probleemstelling
In de periode van 880 tot 612 vC lieten de koningen van het Nieuw-Assyrische rijk intensief reliëfs aanbrengen. Ze werden onder meer aangebracht op steles en rotspartijen tijdens campagnes van de Assyrische koningen, maar de meest opzienbarende zijn aangetroffen in het paleis van Ashurnasirpal II (r. 883-859) in Nimrud (in de oudheid: Kahlu). Deze traditie van het uitgebreid aanbrengen van reliëfs is voortgezet door de latere koningen in paleizen in de latere hoofdsteden van het rijk, namelijk kortstondig in Khorsabad (in de oudheid: Dur-Sharrukin, letterlijk: Fort Sargon ) en Mosul (in de oudheid: Nineveh) . Dur-Sharrukin werd hoofdstad onder, en is waarschijnlijk ook gesticht door, Sargon II (r.721-705). Nineveh werd omgevormd tot hoofdstad van het Assyrische rijk door Sennacherib (r. 704-681), de zoon van Sargon II. Dur-Sharrukin is nooit afgebouwd en vermoedelijk ook nooit bewoond geweest.

De reliëfs werden door Assyriërs gemaakt van een soort gips en vervolgens bewerkt met gereedschappen gemaakt van ijzer en koper. Stelt u zich bij het gips een materiaal voor dat we nu kennen als roodband (zie afb.1) waarmee muren gestukadoord worden. De reliëfs werden opgesierd met verf. De kwetsbaarheid van het materiaal in de buitenlucht werd door het gebruik van verf en vernis enigszins beperkt.

Afb. 1

De best bewaarde en meest onderzochte reliëfs stammen uit de regeringsperiode van Ashurnasirpal II (Nimrud) en uit de regeringsperiode van Ashurbanipal (r. 668-631)
Opvallend zijn de afbeeldingen waarin leeuwen en stieren worden gebruikt. Een bekend en fraai voorbeeld ziet u in afbeelding 2 (volgende pagina), afkomstig uit het paleis van Ashurbanipal (bekend als zaal S). Onderkend is dat beide dieren werden beschouwd als gevaarlijk en misschien symbool stonden voor het kwaad.

Afb. 2

Afb. 3

De leeuwen komen voor als dieren die stieren aanvallen. De leeuwen komen echter vooral voor als dieren waarop wordt gejaagd of die worden gedood door een man van vermoedelijk Koninklijke allure, bij de Assyriërs herkenbaar als een man met minimaal een haarband, maar ook een soort mutsje. Ik richt mijn onderzoek op de veel voorkomende afbeeldingen waarin leeuwen te zien zijn. Het gaat daarbij vrijwel zonder uitzondering om afbeeldingen die ogenschijnlijk iets met jacht hebben te maken. Er wordt op de dieren gejaagd. En dan op een ogenschijnlijk gecontroleerde wijze -de leeuwen worden losgelaten uit een kooi- of op een ongecontroleerde wijze -er wordt vanuit een wagen op de leeuwen gejaagd, waarbij je zou kunnen veronderstellen dat er werkelijk in het wild op ze wordt gejaagd.

De oudst bekende afbeelding waarin de leeuw een rol vervult, is een stele uit Uruk (afb. 3). Het beeld is gedateerd rond 3000 vC.. De steen toont twee mannen gekleed in een rok en met een haardband om het hoofd en vier dieren, zo op het oog leeuwen. De twee mannen zijn zichtbaar bezig de leeuwen te doden. Eén maakt gebruik van een speer, de tweede van pijl en boog. Dit thema komt in de eeuwen daarna steeds opnieuw terug in de culturen die zich in de oudheid ontwikkelen in het gebied van de vruchtbare halve maan (the fertile crescent). Uit ongeveer dezelfde tijd en plaats stamt een kruik met daarop een afbeelding waarop leeuwen een stier aanvallen, ook daarna een vaak terugkerend thema in de kunst van vruchtbare cirkel (afb. onder).



Vooral de leeuwenafbeeldingen waarin de dieren rücksichtslos worden opgejaagd en gedood trekken de aandacht. Wat zou hier nu de bedoeling van zijn geweest? In eerste instantie kan je vragen stellen als: zijn dit afbeeldingen van zaken die werkelijk gebeurden? Doodde de koning de leeuwen pas nadat ze feitelijk al zo gewond waren dat de beesten geen gevaar meer vormden voor de jager of doodde hij ze op een manier waarop hij veel risico liep? En als hij ze dan doodde zonder enig risico, waarom wordt dit dan als een dappere daad geïnterpreteerd? Maar uiteindelijk leek het me een goed idee te bekijken welke betekenissen van deze afbeeldingen zoal te herleiden zijn, al zullen de vragen hierboven wel zijdelings worden aangestipt.
De kernvraag luidt 'waarom lieten de Nieuw-Assyrische koningen reliëfs maken waarop zij op leeuwen jagen en leeuwen doden?'
Om deze vraag te beantwoorden komen er een aantal vragen aan bod. Deze vragen zijn ontleent aan de betekenis van jachtafbeeldingen, opgetekend door Seyer, en luiden als volgt:
" zijn er aanwijzingen dat de leeuw in de Nieuw-Assyrische afbeeldingen een rolpatroon was voor de koning, d.w.z.: dat de koning gelijk een leeuw zou zijn?
" zijn er aanwijzingen dat de jacht een religieuze betekenis had?
" zijn er aanwijzingen dat de jacht tijdverdrijf of een sport was?
" is de leeuwenjacht misschien een uitbeelding van het voeren van oorlog?
" zijn er verder bepaalde symbolische betekenissen af te leiden uit de afbeeldingen?

Deze vragen worden geoperationaliseerd door in literatuur, voor zover voor handen, op zoek te gaan naar antwoorden op deze vragen. Maar ook belangrijk is wat ik zelf denk te zien in de afbeeldingen waar het gaat om de aangehaalde deelvragen. De hoofdstukken 2 tot en met 5 geven een algemeen beeld van de jacht en de leeuw in de geschiedenis. Hoofdstuk 6 gaat impliciet in op de deelvragen. Ten slotte wordt in hoofdstuk 7 een conclusie getrokken.

2. Over welke afbeeldingen hebben we het?
In een bijlage zijn de meest in het oog springende opgegraven afbeeldingen, waarin de leeuw een rol speelt, opgenomen. De afbeeldingen die hier centraal staan zijn de afbeeldingen van de confrontatie tussen koning en leeuw. Dat de leeuw een belangrijke positie vervulde in de Assyrische samenleving blijkt niet alleen uit het veelvuldig gebruik van de leeuw in afbeeldingen en dat de leeuwen daadwerkelijk werden bejaagd, maar ook uit het gebruik van de leeuw in het Koninklijke (imperiale) Nieuw-Assyrische zegel (zie de afbeelding hieronder) , waarin de koning in een 1-op-1 gevecht is verwikkeld met een klauwende leeuw. Zoals eerder aangehaald waren er twee koningen die op een opvallende manier de confrontatie met de leeuw lieten afbeelden: Ashurnasirpal II (r. 883-859) en Ashurbanipal (668-627). Van de 11 vorsten die in de ongeveer twee eeuwen tussen deze twee regeerden, hebben een drietal interessante afbeeldingen laten aanbrengen (ervan uitgaande dat ze het niet zelf deden -deze suggestie ben ik nergens tegengekomen): Tiglath-Pileser III (744-727), Sargon II (721-705) en zijn opvolger Sennacherib (704-681).



Sargon heeft veel afbeeldingen achtergelaten. Oorlog neemt in de afbeeldingen een prominente plaats in, waarin het voeren van oorlog zelf, het meenemen van buit en krijgsgevangenen een belangrijke rol vervullen. De jacht ontbreekt niet, de leeuw ontbreekt wel. Een opvallende uitzondering zijn afbeeldingen van een persoon die een leeuw bij zich draagt onder de arm (zie de afbeelding hieronder).



De verhouding mens/leeuw veronderstelt dat het gaat om een jonge leeuw. De figuren zijn echter 4,7 meter hoog. Gaat het hier om reus? Volgens Mark B. Garrison gaat het hier om voor Assyrische kunst buitengewoon uitzonderlijke, want door Akkadische kunst beïnvloedde, afbeeldingen. De haardracht van de figuren is zodanig dat het volgens deskundigen om helden moet gaan. Hoe het ook zij, het gaat om belangrijke figuren. Een afbeelding is te zien in het Louvre en daar wordt ervan uitgegaan dat het gaat om de held Gilgamesj, deels God, deels mens. Maar zeker is dat niet.
In de eerste afbeelding lijkt het dat de leeuw boos is. De vasthouder -wie weet toch gewoon de koning- is rustig, emotieloos, sterk. Op de volgende afbeelding is de leeuw ogenschijnlijk gerustgesteld. De held of de koning oogt hetzelfde. Is hier misschien een vijand tot zwijgen of tot rust gebracht? Dat hoeft geen vreemde conclusie te zijn, gezien het idee dat de leeuw toch een symbool is van gevaar. Dit idee wordt bijvoorbeeld aangetroffen in een brief van Florence Nightingale.

Terug naar Ashurnasirpal en Ashurbanipal. De afbeeldingen met betrekking tot eerstgenoemde zijn aangetroffen in het koninklijk paleis in Nimrud (of Kahlu) , onder meer uitgebreid onderzocht door Janusz Meuszynski. Over de tweede is meer bekend en deze afbeeldingen zijn onder meer onderzocht door Elnathan Weissert.

3. Leeuwen nu en in de oudheid
Leeuwen kunnen in twee hoofdsoorten worden onderscheiden: de Afrikaanse Leeuw (meest bekend en voorkomend) en de Perzische (of Aziatische) leeuw. De Perzische leeuw komt alleen nog voor in het Gir Forest National Park in Noordoost India. Het dier staat op de rode lijst van de IUCN. Er zijn nog naar schatting 350 exemplaren over. De Afrikaanse leeuw leeft nu alleen nog redelijk talrijk (zo'n 15.000 exemplaren) in Centraal en Oost Afrika.
De Aziatische leeuw is kleiner dan de Afrikaanse leeuw. De laatste is ook de stamvader van de Aziatische ondersoort. In de oudheid liep het verspreidingsgebied van de leeuw van India via het middenoosten naar Zuidoost Europa en geheel Afrika; van de Perzische leeuw van India naar Zuidoost Europa. De Perzische leeuw is het heel wat slechter vergaan dan de Afrikaanse leeuw. In 1910 waren wereldwijd naar schatting 13-80 leeuwen over en deze leefden in India. Daar greep een plaatselijk heerser in: hij verbood de jacht en stelde een gebied ter beschikking van circa 2.500 km2 (iets groter dan de Nederlandse provincie Limburg) waar de leeuwen beschermd konden leven. Alle circa 350 Perzische leeuwen leven tegenwoordig op een gebied van 1.400 km2 en dat maakt de populatie erg kwetsbaar voor ziektes of andere problemen. Bijvoorbeeld het feit dat de leeuw weinig populair is bij de bewoners van het gebied. Het gebied staat onder druk door de toenemende bevolking. De leeuw komt vaker in aanraking met de mens en wordt zo weer een bedreiging.

Daarmee komen we weer terug in de oudheid. De dreiging van de leeuw is een rode draad in de geschiedenis. De leeuw was in de oudheid in redelijke getale aanwezig, ook in de buurt van bewoonde gebieden. De leeuw werd vaak getoond als een bedreiging voor het vee en als dorpen en steden binnendringende menseneters. In Egypte werden leeuwen gezien als een blijvende bron van economische verstoring door de vernieling die ze veroorzaakten en het gevaar dat van ze uitging. Dat de farao dan ook veelvuldig gekoppeld werd aan het in grote getale vangen van grote katachtigen was dan ook niet louter om zijn heldenmoed te tonen, maar tevens een manier om te laten zien dat de farao een vervelend maatschappelijk probleem serieus nam en persoonlijk aanpakte. Hetzelfde verhaal ging op voor Mesopotamië waar de leeuwencultus wel het meest uitgesproken was. Ook hier werd de leeuw als een gevaar voor de maatschappij gezien. Uit verhalen en wetgeving is op te maken dat aanvallen door leeuwen op vee gezien werd als iets heel ergs voor de veehouders. Iets waar ze ook niets tegen konden doen. Uit Assyrische Koninklijke inscripties en zegels is op te maken dat de overheid zich constant zorgen maakte over de hoeveelheid leeuwen omdat deze een gevaar waren voor zowel de veehouders als hun veestapels.

4. Waarom werd er gejaagd, door wie en hoe?
Allsen (2006) onderscheidt twee hoofdredenen waarom door de geschiedenis heen werd gejaagd: economische redenen en politieke redenen. In de praktijk is sprake van een continuüm: puur jagen om economische redenen kent altijd een politieke lading, hoe beperkt ook, en vice versa. Jacht met een politieke lading kenmerkt zich door de grote gezelschappen. Het is een soort ceremoniële activiteit, een feest, een opvoering, waaraan duizenden, soms tienduizenden mensen deelnemen, georganiseerd door het Koninklijke hof. Door het organiseren van dergelijke jachtfestijnen laat de leider, de koning, zien dat hij in staat is werkkracht, militaire menskracht en menselijke en dierlijke individuen met zeer speciale vaardigheden te leiden en te sturen. Belangrijk hierbij is dat bij de jacht de koning zijn vaardigheden openlijk kan tonen en daarmee laat zien dat hij in staat is goed te besturen; het kunnen organiseren en uitvoeren van de jacht toont dat deze leider ook in staat is vijanden te verslaan, veiligheid te garanderen en belastingen te innen.
Een ander belangrijk onderscheid tussen jacht voor levensonderhoud en jacht met een politieke lading is de balans tussen energie die wordt gestoken in het jagen en energie die de jacht oplevert. Zo is het in de huidige tijd bekend dat het eten van vlees een luxe is omdat er meer calorieën in een dier gestopt moeten worden dan het oplevert. Dat kan alleen maar omdat er een surplus is aan plantaardige landbouwproducten. Jagen voor voeding moest dus calorieën opleveren. Efficiency stond daarbij voorop. Dit was bij de Koninklijke jacht logischerwijs niet aan de orde, eenvoudigweg omdat het doel anders was. Eenvoudig gesteld: het tonen van de monarchale spierballen en vaardigheden, zoals hierboven al min of meer beschreven. In dit artikel gaat het louter om Koninklijke symbolische en dus politieke jacht.

Door de eeuwen heen hebben bijna alle koningshuizen en andere aristocraten gebruik gemaakt van de jacht om hun sociale en politieke macht vast te stellen en te behouden. De vorsten jaagden in daartoe bestemde parken, maar ook in de wildernis. Waarbij wildernis soms bestond uit echte wildernis, soms uit gebieden waar mensen wel al wat sporen hadden achtergelaten, zoals paden. Niet vergelijkbaar natuurlijk met de huidige staat van de bossen, waar van het begrip natuur nauwelijks meer sprake is. Van belang is vooral dat de gebieden wel openlijk toegankelijk waren, maar het jagen in grote gebieden was voorbehouden aan het koninklijk huis. Hiermee werden deze jachtgebieden een symbool voor heerschappij over grote stukken land en alles wat zich erop bevond. Een lesje soevereiniteit dus.

Jagen gebeurde door de geschiedenis heen op allerlei manieren. Veel voorkomend was vanaf het paard of vanuit een wagen. Opvallend is dat er veel overeenkomsten bestaan tussen wapens gebruikt bij jacht en bij oorlogvoering, maar de meeste wapens waren oorspronkelijk voor een van de activiteiten bedoeld. Speer, zwaard en knots waren duidelijke wapens voor oorlog, werp- en projectielwapens duidelijk voor de jacht. Van de Assyriërs zijn afbeeldingen bekend waarin gejaagd wordt vanuit wagens, vanaf het paard en staand op de grond. Zichtbare wapens zijn de speer, de boog en het zwaard of dolk.

Gejaagd werd, zoals reeds aangehaald, in de publieke sfeer (het platteland) en in een min of meer afgesloten sfeer, in aangelegde parken. Daarbij gaat het om het woord paradijs. Paradijs komt van het Oudgriekse woord paradeisos en betekent zoveel als afgesloten terrein of domein. Het belangrijkste doel van dit paradijs zal natuurlijk het rustig privé vertoeven als koninklijk persoon in je eigen mooie eigen park zijn, maar ook wederom het tonen van macht door de grootheid en de schoonheid van het park, een bezit voorbehouden aan de meest machtigen. Assurnasirpal II verzamelde zaden tijdens zijn campagnes om te planten in de Koninklijke tuin. De meest voor de hand liggende verklaring om zoiets te doen is misschien het idee dat een tuin een kleine afspiegeling moest zijn van het imperium van de Assyrische koning.

5. Politieke aanwending van jacht
De jacht door de koning moet zichtbaar zijn wanneer het een politieke functie wil vervullen. Het gaat dan om een vorm van propaganda. Belangrijk is bijvoorbeeld het volk tonen hoe geweldig de koning om kan gaan met de wapens waarmee hij jaagt. Dus over Ashurnasirpal II is in een Koninklijke inscriptie te lezen dat hij 450 leeuwen, 390 wilde stieren en 200 struisvogels in het zand liet bijten. Getallen die duidelijk indruk moeten maken op degene die dit onder ogen krijgt. Met deze man valt niet te spotten!

6. De betekenis van de reliëfs

6.1 Inleiding
Op 15 april 2012 meldde de Volkskrant dat de Spaanse koning Juan Carlos veel kritiek te verduren had gekregen omdat hij op olifanten had gejaagd in Botswana. De kritiek behelsde niet zozeer het feit op zich dat de koning lekker op jacht was geweest. Vorstenhuizen en er lekker op los knallen zijn nu eenmaal sterk verbonden eenheden. Een vorst jaagt op dieren. Natuurlijk bestaan er in de moderne tijd mensen die jagen, om verschillende redenen, veroordelen, maar dat is in de meeste samenlevingen eerder subcultuur dan dominante cultuur. Met of zonder koningshuis. De kritiek richtte zich op het feit dat het een kostbare aangelegenheid was. Tijdens een economische crisis, waar vooral Spanje erg onder gebukt gaat, wordt een dergelijk uitstapje als decadent ervaren. De koning zou het goede voorbeeld moeten geven. Dat hij juist zijn rijkdom, zijn weelde, zo nodig moet laten zien, iets dat in de oudheid volgens onderzoekers als belangrijk werd gezien , lijkt naar de achtergrond te zijn verdwenen.
Ons koningshuis heeft ook een jachtdomein, namelijk op de Veluwe. Daar kunnen de leden van het koningshuis, wanneer daar behoefte aan is, naar hartenlust jagen op everzwijnen en ander wild. Uiteraard kan de volksvertegenwoordiging dit verbieden. Het komt wel eens aan de orde. Kamervragen van de Partij voor de Dieren en de SP zijn soms kritisch. Maar afschaffen is eigenlijk niet aan de orde.
A. van Hooff, hoogleraar klassieke geschiedenis in Nijmegen, beweerde in het Historisch Nieuwsblad dat
"Met het afschieten van everzwijnen op de Veluwe plaatst onze kroonprins zich op één lijn met de heroïsche stichters van de Koninklijke dynastieën."

In de oudheid jaagden de vorsten ook. Het is nu meer een gewoonte, een tijdverdrijf, hoewel het bovenstaande citaat meer doet vermoeden. En misschien is dat ook wel zo. Het jagen in de oudheid werd zo vaak en verregaand afgebeeld dat er ongetwijfeld meer achter moet hebben gezeten. Het lijkt hoe dan ook onwaarschijnlijk dat een koning in de oudheid ooit zijn excuses heeft aangeboden aan het volk omdat hij een te kostbaar en te exclusief jachtpartijtje had ondernomen. De Spaanse koning Juan Carlos deed het wel.

6.2 De leeuw als koning
Er kunnen wat mij betreft vier ideeën worden onderscheiden bij het kijken naar afbeeldingen waarin de koning en de leeuw elkaar treffen. De leeuw:
- is het alter ego van de koning; hij is het zelf;
- doden zorgt voor het overnemen van eigenschappen van het dier;
- doden laat gewoon zien dat de koning beter is dan de sterke en machtige leeuw;
- is een vijandelijke koning.

Alter ego
De eerste vraag die wordt onderzocht is of de leeuw het alter ego was van de koning. Seyer heeft het over 'gleichstellung des Herrschers mit dem Lowen.' Hij heeft het alleen over de koning zelf die leeuw is. Seyer zelf stelt dat het iets opmerkelijks heeft dit te beweren: de leeuw is toch juist de meest bittere tegenstander van de koning? Seyer stelt echter dat de koning toch in oude geschriften wordt afgeschilderd als een leeuw. Bijvoorbeeld: 'de koning is een wilde leeuw'. Voor de idee dat de koning een alter ego van zichzelf dood zie ik geen aanleiding.

Seyer mag dit beweren, maar wat is de logica van het doden van je alter ego? Ik kan natuurlijk gaan psychologiseren en schizofrenie erbij gaan betrekken (koning doodt zijn slechte ik) maar dat zie ik niet als verdedigbaar. Bij zoiets zou je veel eerder afbeeldingen verwachten waarin een leeuw iets overwint dat duidelijk abject is (zie de Nederlandse postzegel hieronder rechts uit 1945 waarin de Nederlandse leeuw een serpent overwint) of waarin de leeuw zelf een kroon draagt, eventueel zelfs een wapen (zie het voorbeeld hieronder links: het wapen van Finland). Dit beeld treffen we later heel vaak aan; ook nu nog.




Overnemen eigenschappen
Elena Cassin heeft betoogd dat het doden van een leeuw ervoor zorgde dat de 'kracht en eigenschappen van het gedode dier overgingen op de overwinnaar.' Deze hypothese is een gevolg van het idee dat een koning zo sterk als een leeuw wil zijn. Of het doden van de leeuw ervoor zorgt dat de koning werkelijk sterker wordt of dat het de bedoeling is dat anderen dat denken doet er niet zoveel toe. In de praktijk is dat hetzelfde.

Sterker dan de leeuw
Maar wanneer even rustig afstand wordt genomen van de materie lijkt dat een ver doorgevoerde conclusie. Veel logischer is dat de koning inderdaad vindt dat de leeuw een machtig en sterk dier is en dat het overwinnen ervan gewoon aantoont dat hij nog sterker is dan de leeuw. Bewondering en afgunst (of angst) kunnen overigens heel erg goed samengaan. Denk maar aan de witte haai of de neushoorn.

Vijandelijke koning
Nog plausibeler is misschien de gedachte in de leeuw inderdaad een heerser te zien, maar dan wel een andere heerser: de vijandelijke koning. En dat het doden van de leeuw een soort rite is waarin getoond wordt dat de koning sterker is dan zijn huidige en toekomstige tegenstanders.
Het overwinnen van de symbolische andere vijandelijke koning, die door Assyriërs inderdaad doorgaans werden afgeschilderd als afschuwelijk gevaarlijke lieden, waar ze korte metten mee moesten maken, zou een sterk staaltje propaganda kunnen vormen: de koning wint en als de koning wint -de grote binder van het volk, wint het volk.

Elnathan Weissert heeft de afbeeldingen van Ashurbanipal meest verregaand onderzocht. De wijze waarop beschrijf ik in de volgende paragraaf (de leeuw en zijn religieuze betekenis). Hij zet in een schema de vijanden van de Assyrische koning en de leeuwen naast elkaar. Volgens hem was al bekend dat
'representations of victory ceremonies over both enemies and lions is identical in Assyrian reliefs'
en trekt zelf de conclusie dat
'from them (tekstregels en afbeeldingen) that whether it be hunted lions or defeated kings, the gestures of victory were staged in the same way'.
De koning als winnaar over andere vorsten en de koning als jager lijken volgens hem dus uitwisselbaar.

Het idee van het overwinnen van de vijand komt als thema ook terug in het idee over de Koninklijke jacht op leeuwen die Mehmet-Ali Atac naar voren brengt. Hier gaat het om een strijd tussen goede goden, vertegenwoordigd of zelfs gesymboliseerd door de legitieme vorst, en de slechte goden, vertegenwoordigd door de leeuw. Het krijgt hier al een zeer religieuze lading. Daarom kom ik er in een volgende paragraaf nader op terug. Maar het laat wel zien dat het beeld goed versus vijand als koning versus leeuw niet uit de lucht is gegrepen. De leeuw kan dus een koning zijn, maar dan bovenal de tegenstander.

6.3 De leeuw en zijn religieuze betekenis
Dieren worden veel gebruikt in een religieuze betekenis. Bekend is natuurlijk de koe in India en de kat in het oude Egypte. Het gaat en ging hier om spirituele kracht en om het idee dat de dieren zelf goden waren of in ieder geval goddelijke boodschappers. Voor de leeuw gaat de religieuze betekenis ook op. Allsen koppelt dit aan ideologie en legitimatie. De Assyrische goden schonken aan de leiders wilde dieren, waar ze op moesten jagen, opdat zij hun religieuze verplichtingen naar behoren vervulden. Legitimatie van macht volgde ook uit het idee dat de leider iemand was die geluk kon afdwingen. Omdat niets als toeval werd gezien maar als een gift van de goden gold dit ook voor het zeer goed kunnen jagen. Door zeer goed te kunnen jagen toonde de leider dat hij controle had over de natuur, bijna bovenmenselijk. Vanzelfsprekend kon deze aan spiritualiteit ontleende macht gebruikt worden in de politieke strijd.
Collins stelt dat de makers van de sculpturen een duidelijke centrale boodschap hadden: 'de Assyrische koning, gesteund door de goden van wie hij de hogepriester is, brengt zijn land welvaart en verslaat de krachten die de heilige orde van de wereld bedreigen.
Collins stelt ook dat in de tweede helft van de twintigste eeuw meer bekend is geworden over de afbeeldingen door het in volgorde zetten van de afbeeldingen en het bepalen van de context. Wat duidelijk is volgens Collins is dat het tonen van koningschap niet ging om het tonen van een man die iets doet. Het ging om het tonen van een bewaarder van Assyrië, die door zijn verbondenheid met de goden zorgde voor welvaart en overwinning. De koning toonde zijn successen, hij toonde dat hij 'de belichaming was van de perfecte koning' en dat hij dit had 'bereikt door de welwillendheid van de goden'. Eenvoudig gesteld: de koning was de afgevaardigde van de goden, stond als zodanig in contact met de goden. Deze verhouding was goed en gezond zolang er oorlogen werden gewonnen en er welvaart was. En een goede verhouding betekende een goed koningschap.

In zijn bespreking van het paleis van Ashurnasirpal II in Nimrud stelt Collins zijdelings dat meer dan helft van de afbeeldingen hetzij religieus, hetzij apotropaeonische afbeeldingen zijn. De laatste waren afbeeldingen die beschermden tegen kwade tovenarij. Dat Collins deze twee termen in één adem noemt is niet verrassend. Het zijn beide bovennatuurlijke aspecten, die in werkelijkheid waarschijnlijk door de Assyriërs nauwelijks van elkaar onderscheiden werden.

Weissert heeft op basis van vier bronnen getracht een bepaald, wat hij noemt, topos samen te stellen. En dan in filosofische zin. Topoi is Grieks voor 'een plek waar je iets kunt vinden.' Op basis van meerdere bronnen wordt getracht iets te beargumenteren, te onderbouwen. Weissert gebruikt voor zijn topos vier schriftelijke bronnen: een Prism Fragment (Editie E) 82-5-22,2, The Great Hunting Text K 2867+, Hunting Epigraph A, North Palace, Room S, Slab A en The Hunt in the Nineveh Arena K6085.
In relatie met de leeuwengevechten in de arena van Niniveh wordt terminologie gebruikt als ina multa'ûtiya en Ina m?lulti rubûtiya, respectievelijk door hem vertaald als "while i was enjoying myself" en "while i was carrying out my princely sport". Tevens wordt de frase ki multa'ûti gebruikt. Dit zou een ongewone uitdrukking zijn geweest en zoiets betekenen als "als (of voor) plezier". Weissert stelt dat hier een onderscheid gemaakt kan worden tussen jacht in de wildernis en het zogenaamde jagen in de arena. De eerste twee frasen laten zich koppelen aan de opvoering in de arena. De koning komt dan op een gecontroleerde of geregisseerde manier in aanraking met de leeuwen. Hier betreft het zeker de afbeeldingen waar de koning met de leeuw oog in oog staat.
De laatste frase (ki multa'ûti) kan gekoppeld worden aan het jagen in de wildernis. Daar gaat het dan ook over de gevaren die de jager loopt en tevens over de theologisch noodzakelijke taken van de koning. Op basis van de afbeeldingen van Ashurbanipal en de bekeken tekstregels suggereert Weissert:
'We would like to suggest that by departing to a lion hunt in the plain, the king was believed to be following in the footsteps of his devine patrons -Ashur (at New Year) and Ishtar of Arbela (during her akîtu held a fortnight earlier): when the new year approached, Ashur, the king of the gods, and probably also Ishtar, his warrior daughter, were expected to subdue the mythical hosts of chaos in the plain; and the king, the ruler of mankind, was for his part expected to subdue the incarnate hosts of chaos, that is, the lions.'

De chaos diende te worden bestreden door de goden. De koningen dienden, als goddelijke vertegenwoordiger, dus ook het bestrijden van de chaos als belangrijkste doel te hebben. Dit werd gevisualiseerd door de jacht op leeuwen, de symbolen van de chaos.

6.4 Religie en politiek
Een scheiding tussen de koning als leeuw en de religieuze betekenis van de leeuw is een nogal kunstmatige. Meerdere auteurs hebben het idee geopperd dat bij de Assyriërs de leeuw symbool stond voor een koning. Of zelfs dat de koning werd gezien als een soort leeuw. Op zich niet vreemd: zoals al gezegd werd de leeuw gevreesd, maar tevens bewonderd. Was dat niet een ideale positie voor een koning? Elena Cassin stelt dat de afbeeldingen waarin de Assyrische leider direct in gevecht gaat met de leeuw laten zien dat de belangrijkheid van een koning/leider juist in het tweegevecht tot uitdrukking komt; duidelijk een politiek gegeven. Het idee is misschien wel dat de leider de kracht van de leeuw overneemt, maar ook laat zien dat hij de koning der wildernis overwint. Maar tevens is hij, zoals betoogd, de door god gelegitimeerde leider en dat toont hij door de leeuw aan te kunnen, door baas te zijn over de wildernis, de barbaarse omgeving van de Assyrische wereld. De koning die als hogepriester van de goden Assyrië beschermd tegen gevaar door de wildernis, oftewel de leeuw, te verslaan. Zo is de conclusie hier bovenal: politiek en religie zijn twee handen op één buik, moeilijk van elkaar te scheiden. Jagen op leeuwen was hoe dan ook belangrijk. De leeuwenjacht was in Assyrië dan ook een strak geregisseerd ritueel.

6.5 De jacht op leeuwen als sport en tijdverdrijf
Allsen stelt dat jagen in ruime zin twee centrale doelen heeft: economisch en politiek. Economisch gaat het dan om het zorgen voor voeding (proteïnen) en het verwerven van winst, politiek gezien is jagen een vorm waarmee macht wordt gelegitimeerd. Dat het jagen als vorm van tijdverdrijf of sport niet als zodanig naar voren komt bij Allsen heeft te maken met het gegeven dat hij zich vooral richt op jagen bij de elite. Het gaat hem dus vooral om de politieke betekenis van jagen. Jacht in zijn culturele betekenis gaat verder dan sport of een eenvoudig tijdverdrijf, zeker wanneer we het hebben over de elite van een samenleving. Toch leverden Assyrische koningen een prestatie, al was het maar doordat hij de grote jachtpartijen wist te regisseren, maar vooral omdat het jagen op de leeuwen om vaardigheden vroeg waar de onderdanen tegenop konden zien. Zo beschouwd kan het jagen op de leeuwen wel degelijk als een vorm van sport worden gezien, maar er zijn geen aanwijzingen dat er een vorm van competitie bestond. Misschien is in onze ogen het volledig normaal jacht te zien als een vorm van tijdverdrijf of sport. Het jagen op leeuwen is in de huidige tijd misschien zelfs immoreel, maar als er gejaagd wordt op leeuwen is dat een elitaire gebeurtenis, voorbehouden aan groepen mensen die al iets met jagen moeten hebben (en dat is vooral elite) en de middelen en invloed hebben om een dergelijke activiteit te kunnen ondernemen.

Weissert, maar eigenlijk natuurlijk Ashurbanipal zelf, geeft één keer een hele duidelijke aanwijzing over het jagen op de leeuw als sport. Dit gebeurt in één van de bronnen die hij gebruikt voor het onderbouwen van zijn topos. Drie frasen (uit het Prism Fragment (Edition E), 82-5-22,2) lijken iets sportiefs in zich te hebben, namelijk kî multa'ûti, ina multa'ûtiya en ina melûlti rubûtiya. Het eerste betekent zoveel als 'als plezier', het tweede 'terwijl ik mezelf aan het vermaken was' en het derde 'terwijl ik mijn vorstelijke sport uitoefende'.

De literatuur gaat erg vaak over de context waarbinnen het jagen gebeurt. Natuurlijk zijn de samenlevingen in de oudheid doorspekt met door god geplaatste heersers en door magie en goden die alle verbanden tussen de mensen en andere gebeurtenissen beïnvloeden, maar waarom kan het niet zo zijn dat de koning lekker ging jagen omdat hij het gewoon leuk en sportief vond? Vanzelfsprekend zijn er dingen die dit weinig logisch maken. Alleen de koning mocht jagen op leeuwen. Dat geeft de leeuwenjacht een bepaalde elitaire lading. En de manier waarop het werd gedaan: met toeschouwers in een arena. Maar hij jaagde waarschijnlijk ook in de wildernis op leeuwen. Welk effect wordt daar nagestreefd? Het meest logisch is te veronderstellen dat de koning het ideologische aspect van de leeuwenjacht inzag en gebruikte, maar dat hij er ook wel lol in gehad moet hebben.

6.6 De leeuwenjacht als metafoor voor het voeren van oorlog
Allsen bespreekt onder de titel initiëren van strijders de verbondenheid van jagen en het voeren van oorlog. Allsen probeert dit te onderbouwen door te laten zien dat uitmuntende jagers vaak belangrijke en hoge posities vervulden in het leger. Hij gaat ook in, en dat lijkt volgens mij veel plausibeler, op het idee dat jacht werd gezien als militaire training in tijden van vrede. Ik noem dit plausibeler omdat het oefenen met wapens uitstekend kan gebeuren tijdens de jacht. Daarnaast is jagen een inspannende onderneming en daarmee ook een training die fysiek sterker maakt. Daarbij geeft hij aan dat een bekend idee is dat samenlevingen sterk aangewezen op de jacht vaak natuurlijke soldaten voortbrachten en ook succesvolle oorlogsvoerders waren; hij wijst bijvoorbeeld op de Mongolen. Hij laat ook nog zien dat edelen die zich niet wel voelden zich wel eens een tijd terugtrokken uit het sociale leven en dan gingen studeren én jagen. Hier is zelfs sprake van jacht als mentale versterker.
Ook laat hij zien dat jacht werd gebruikt om oorlogshandelingen te oefenen. Hij stelt dat dit eigenlijk door de eeuwen heen in het algemeen het geval was. Belangrijke uitzondering waren de Romeinen: Tiberius degradeerde ooit een commandant omdat hij troepen had gebruikt bij het jagen.
Ten slotte werd jacht ook gebruikt om een oorlog te beginnen, te initiëren. Zo werd oorlog begonnen met een jachtpartij of werd oorlog aangekondigd door eerst in het gebied van de tegenstander te gaan jagen.
Eerder was de vraag aan de orde of de leeuw een koning zou kunnen zijn. Ook hier is het onderscheid tussen leeuw als koning en de afbeeldingen die een oorlog uitbeelden kunstmatig. De afbeeldingen waarin de leeuw als koning is te zien behelst mede de oorlog. De koning overwint de vijand. Of het gaat om oorlogen die al gevoerd zijn of het gaat om het tonen van de kracht van de koning die de oorlog zal winnen is moeilijk te zeggen. Redelijkerwijs kan worden gesteld dat het exponenten zijn van oorlog. Daarop heeft Weissert gewezen, maar het is, zoals Allsen laat zien, gebruikelijk dat jacht en oorlog zaken zijn die zich aan elkaar laten koppelen.

6.7 Andere symbolische betekenissen van de leeuwen
Los van de zaken die al aan de orde zijn gekomen komt Collins met het idee dat je aan de hand van de afbeeldingen de conclusie zou kunnen trekken dat we te maken hebben met een bijna volledige mannelijke wereld. Hij baseert dit op het feit dat vrouwen alleen te zien zijn waar het gaat om gevangenen en het vieren van successen van de koning. Bij de afbeeldingen met leeuwen gaat het om macht, om strijd, om krachtvertoon, om goddelijke inspiratie. De belangrijke zaken. En daar zie je vrouwen niet terug. Het is inderdaad een aanwijzing voor iets dat we eigenlijk a priori wel wisten. Ook in de Griekse wereld was de rol van vrouwen te verwaarlozen.

In de literatuur heb ik geen andere symbolische betekenissen aangetroffen over de Assyrische leeuwen. Seyer stelt nog dat jacht een 'symbolischen Mittel ritueller Verjüngung des Herrschers' zou kunnen zijn. Een interessante gedachte, maar in het geval van de Assyrische leeuwen zie ik hiervoor geen aanwijzingen.

 

7. Conclusie
De koningen die hier vooral zijn besproken hebben afbeeldingen laten maken van de jacht op en het doden van leeuwen omdat de leeuwen het exponent waren van de chaos. En als de machthebbers iets dienden te voorkomen was het chaos. Want chaos bedreigt de welvaart en de stabiliteit. Het wel of niet aanwezig zijn van deze fenomenen hing af van de welwillendheid van de goden. De koning was als hogepriester de linking pin tussen de goden en de onderdanen: hij had zelf ook bovenmenselijke eigenschappen. Het overwinnen van de vijand, het zorgen voor welvaart en het zorgen voor stabiliteit zijn door de goden geleverde gunsten en die gunsten dwingt de koning af. Ik heb gesteld dat ik in de afbeeldingen vooral een koning zie die de vijand overwint. De visuele weergave van de koning als winnaar en de koning die de kracht heeft anderen te overwinnen. Uiteraard met dank aan de goden die de koning deze gunst verleent. Tegelijkertijd overwint de koning met het verslaan of eronder houden van de leeuwen de exponenten van de chaos. De chaos is de onbeschaafde wildernis. Daar zitten de bedreigingen, daar zitten de risico's. Ook dit kan alleen maar wanneer de goden dat willen en de koning zien als gunsteling. De goede verhouding met de goden zorgt uiteindelijk voor datgene waar het allemaal om gaat: politieke legitimatie van macht. Deze koning is de beste, deze koning is gezegend, deze koning is onaantastbaar.
Wanneer alles los wordt gelaten kan het natuurlijk ook eenvoudigweg zo zijn dat de koning leeuwenjacht een gezellige bezigheid vond, een gezellig uitstapje om de verveling te verdrijven.
Het jagen op zichzelf kan door de geschiedenis heen vaak aan oorlog worden gekoppeld. Bij de Assyriërs lijkt het erop dat de vijandelijke koning ritueel wordt overwonnen. In die zin is het een soort repetitie of naspelen van oorlog.
Resumerend. Misschien had de koning lol in het jagen op leeuwen, maar de kennis die er nu is wijst er toch wel op dat de afbeeldingen, en de leeuwenjacht zelf, vooral krachtige ideologische instrumenten waren. Instrumenten om te tonen dat de koning oorlog kon winnen (of al had gewonnen), dat de koning een gunsteling was van de goden en dat hij daarmee een onomstreden legitimiteit had voor het uitoefenen van macht.

8. Literatuur

Allsen, T., The Royal Hunt in Eurasian History (Philadelphia: University of Pennsylvania Press, 2006).

Ataç, Mehmet-Ali, Visual Formula and Meaning in Neo-Assyrian Relief Sculpture, The Art Bulletin, Vol. 88, No. 1 (Mar., 2006), pp. 69-101

Beaulieu, Paul-Alain, World Hegemony, 900-300 BCE, p. 49/50, in: D.C. Snell, A Companion to the Ancient Near East, Malden & Oxford, 2004

Cassin, Elena, Le Roi et le Lion; in: Revue l'histoire des religions, tome 198, no. 4, 1981, p. 355-401

Cohen, A., and Kangas, S.E., eds., Assyrian Reliefs From the Palace of Ashurbanipal II: A Cultural Biography (Hanover, HN, and London: University Press of New England, 2010).

Collins, P., Assyrian Palace Sculptures (Austin: University of Texas Press, 2008).

Collins, Paul, From Egypt to Babylon, The International Age 1550-500 BC (Cambridge,MA, 2008).

Garrison, Mark B., Antiquarianism, Copying, Collecting, in: A companion to the Archaeology of the Acient Near East, ed. by D.T. Potts

Hooff, A. van, Waarom Alexander op Everzwijnen schiet, in: Historisch Nieuwsblad, nummer 7, 2001.

Meuszynski, Janusz, Die Rekonstruktion der Reliefdarstellungen und ihrer Anordnung im Nordwestpalast von Kal?u, (Nimr?d), Mainz, 1981.

Postgate, J.N. The Land of Assur and the Yoke of Assur, in: World Archaeology, Vol. 23, no. 3, Archaeology of Empires (feb., 1992), p. 247-263

Reed, S., 'Blurring the edges: A reconsideration of the treatment of enemies in Ashurbanipal's reliefs', in J. Cheng and M.H. Feldman eds., Ancient Near Eastern Art in Context (2007) 101-32.

Seyer, M., Der Herrscher als Jäger. Untersuchungen zur königlichen Jagd im persischen und makedonischen Reich vom 6-4 Jahrhundert v. Chr. Sowie unter den Diadochen Alexanders des Großen. Wiener Forschungen der Archäologie 11 (Vienna 2007) 43-65.

Vallee, Gerard (ed), Florence Nightingale on Mysticism and Eastern Religions, Waterloo (Ontario), 2003

Weissert, E., 'Royal hunt and royal triumph in a prism fragment of Ashurbanipal', in: S. Parpola and R. M. Whiting eds., Assyria 1995: Proceedings of the 10th Anniversary Symposiumof the Neo-Assyrian Text Corpus Project, Helsinki, September 7-11, 1995 (Helsinki: Helsinki University Press, 1997).

Webpagina's
* oi.uchicago.edu/: The Oriental Institute of the University of Chicago.
* www.britishmuseum.org/: British Museum.
* www.louvre.fr/en/oeuvre-notices/hero-overpowering-lion.
* www.helsinki.fi/science/saa/: Univ. van Helsinki, The Neo-Assyrian Text Corpus Project.
* www.iucnredlist.org/: IUCN redlist of threatened species.
* www.diergaardeblijdorp.nl/: Diergaarde Blijdorp Rotterdam
* www.volkskrant.nl/: de Volkskrant
* www.prorepublica.org/: Pro Republica

 

<---- Terug